Wat bedoelen we eigenlijk wanneer we zeggen dat alle mensen gelijk zijn? Is dat een feit, een ideaal, of misschien een illusie? In zijn beroemde Filosofisch Woordenboek neemt Voltaire deze vraag bij de horens. Zijn lemma over gelijkheid is een meesterwerk van nuance, ironie en scherpzinnigheid. Voor vrijmetselaars, die in de loge als broeders op gelijke voet samenkomen, blijft dit essay verrassend actueel. Laten we samen in gesprek gaan met deze verlichtingsfilosoof.
Waarover schrijft Voltaire precies?
Het lemma ‘Gelijkheid’ in Voltaires Filosofisch Woordenboek is geen droge definitie, maar een levendig betoog. Voltaire begint met een ogenschijnlijk eenvoudige observatie: alle mensen worden geboren met dezelfde basale behoeften. Honger, dorst, de drang tot voortplanting, dezelfde organen. Tot zover lijkt gelijkheid vanzelfsprekend. Maar dan komt de draai. Voltaire vraagt zich hardop af: als we zo gelijk zijn, waarom leven we dan zo ongelijk?
Hij beschrijft hoe de samenleving ongelijkheid voortbrengt. Sommigen bezitten land, anderen niet. Sommigen heersen, anderen dienen. De filosoof ontleedt deze realiteit zonder morele verontwaardiging, maar met koele analyse. Zijn centrale stelling is dat absolute gelijkheid een onmogelijkheid is in een georganiseerde samenleving, maar dat dit ons niet ontslaat van de plicht tot redelijkheid en rechtvaardigheid.
Wat is dan de kern van zijn argument?
Voltaire maakt een cruciaal onderscheid dat ook vandaag nog relevant is. Hij onderscheidt natuurlijke gelijkheid van maatschappelijke ongelijkheid. In de natuur, zo stelt hij, zijn mensen inderdaad gelijk in hun afhankelijkheid van voedsel, onderdak en gezelschap. Niemand wordt geboren met een kroon op het hoofd of een scepter in de hand. Dit is de biologische werkelijkheid.
Gelijkheid is het meest natuurlijke én het meest illusoire begrip dat mensen kennen, want de natuur maakt ons gelijk en de samenleving maakt ons ongelijk.
Maar zodra mensen zich organiseren in gemeenschappen, ontstaat ongelijkheid. Er zijn leiders nodig, arbeiders, denkers, uitvoerders. Voltaire betoogt dat dit op zichzelf niet verwerpelijk is, zolang de ongelijkheid niet ontaardt in tirannie of onderdrukking. Het probleem is niet dat er koningen bestaan, maar dat koningen vergeten dat zij zonder hun onderdanen niets zijn.
Welke voorbeelden gebruikt Voltaire?
Met zijn kenmerkende ironie schetst Voltaire verschillende scenario’s. Hij beschrijft de arme landarbeider die zijn hele leven zwoegt, terwijl een prelaat in weelde leeft van de vruchten van andermans arbeid. Is dit rechtvaardig? Voltaire oordeelt niet direct, maar laat de tegenstelling voor zich spreken. De lezer trekt zelf conclusies.
Bijzonder treffend is zijn vergelijking met honden. Hij merkt op dat zelfs onder honden ongelijkheid bestaat: sommige zijn jachthonden van de koning, andere straathonden die om een bot vechten. Toch zouden we niet zeggen dat de ene hond meer ‘hond’ is dan de andere. Zo is het ook met mensen: ongelijkheid in omstandigheden verandert niets aan de fundamentele menselijkheid die we delen.
Wat heeft dit met vrijmetselarij te maken?
Dit is waar het essay werkelijk gaat resoneren voor vrijmetselaars. In de loge komen broeders samen die buiten de tempel zeer verschillende posities bekleden. De een is bankier, de ander timmerman. De een geleerd, de ander praktisch. Maar binnen de loge geldt een ander principe: alle broeders ontmoeten elkaar als gelijken. De waterpas, een van de belangrijkste symbolen in de vrijmetselarij, verbeeldt precies dit ideaal.
De waterpas herinnert ons eraan dat onder al onze maatschappelijke verschillen een gedeelde menselijkheid schuilt. Net zoals Voltaire betoogt dat natuurlijke gelijkheid de basis is waarop maatschappelijke ongelijkheid rust, zo symboliseert de waterpas dat broederschap begint bij de erkenning van die fundamentele gelijkwaardigheid. Dit is geen naïef egalitarisme, maar een bewuste keuze om voorbij titels en bezittingen te kijken.
Waarom is dit essay nog steeds relevant?
Voltaires analyse is geen utopisch dromen over een wereld zonder verschil. Hij erkent de realiteit van ongelijkheid, maar houdt vast aan een moreel kompas. Zijn boodschap is niet dat we alle verschillen moeten uitwissen, maar dat we de waardigheid van ieder mens moeten respecteren, ongeacht zijn positie. Dit is een ethisch standpunt dat dwars door de eeuwen heen klinkt.
Voor vrijmetselaars biedt dit essay een filosofische onderbouwing van wat zij in de loge praktiseren. Het gaat niet om het ontkennen van de buitenwereld, maar om het creëren van een ruimte waarin andere waarden voorop staan. Een ruimte waarin de vraag niet is ‘wat heb je?’ maar ‘wie ben je?’ en uiteindelijk: ‘hoe kun je bijdragen aan het grotere geheel?’
Wat kunnen we hiervan leren?
Voltaires lemma over gelijkheid nodigt uit tot zelfreflectie. Het daagt ons uit om kritisch te kijken naar de ongelijkheden die we als vanzelfsprekend aanvaarden. Tegelijk waarschuwt het voor simplistische oplossingen. Gelijkheid is geen toestand die je kunt afdwingen, maar een houding die je kunt cultiveren. Het begint bij de erkenning dat de ander, hoe verschillend ook, dezelfde fundamentele menselijkheid bezit als jijzelf.
- Natuurlijke gelijkheid als basis voor menselijke waardigheid
- Maatschappelijke ongelijkheid als onvermijdelijk maar beheersbaar gegeven
- De waterpas als symbool van gelijkwaardigheid in de vrijmetselarij
- Ethiek van respect ondanks verschil in positie
Voltaires essay over gelijkheid is meer dan een historisch document. Het is een spiegel die ons voorhoudt hoe we met verschil omgaan. Voor vrijmetselaars, die de waterpas als symbool van gelijkwaardigheid hanteren, biedt het een filosofische verdieping van een dagelijkse praktijk. De vraag die Voltaire stelt, blijft klinken: niet of we gelijk zijn, maar hoe we ondanks onze verschillen elkaar als gelijken kunnen behandelen. Dat is geen illusie, maar een keuze, en misschien wel de belangrijkste keuze die we als mensen kunnen maken.
Copyright tekst & afbeelding: devrijmetselaar.nl
Teksten zijn naar idee en inhoud van de auteur van devrijmetselaar.nl en op fouten gecontroleerd, gecorrigeerd en aangevuld met behulp van OpenAi. Afbeeldingen zijn naar idee van de auteur van devrijmetselaar.nl gemaakt met gebruikmaking van OpenAi/Dall-E
Veelgestelde vragen
Wat is het centrale argument van Voltaire over gelijkheid?
Voltaire onderscheidt natuurlijke gelijkheid van maatschappelijke ongelijkheid. Hij stelt dat mensen van nature gelijk zijn in hun basisbehoeften, maar dat een georganiseerde samenleving onvermijdelijk ongelijkheid voortbrengt. Dit is niet per se slecht, zolang het niet leidt tot tirannie of onderdrukking.
Waarom is Voltaires essay over gelijkheid relevant voor vrijmetselaars?
Vrijmetselaars komen in de loge als broeders op gelijke voet samen. Voltaires nuanceerde visie op gelijkheid helpt hen om dit ideaal beter te begrijpen: het gaat niet om absolute gelijkheid in alle opzichten, maar om gelijkwaardigheid en het ondersteunen van redelijkheid en rechtvaardigheid.
Welke beroemde uitspraak van Voltaire vat zijn standpunt samen?
Voltaire zegt: 'Gelijkheid is het meest natuurlijke én het meest illusoire begrip dat mensen kennen, want de natuur maakt ons gelijk en de samenleving maakt ons ongelijk.' Dit weerspiegelt zijn inzicht dat hoewel gelijkheid natuurlijk is, het in de praktijk door sociale structuren wordt ondermijnd.
Geef als eerste een reactie