Seneca over tijd: praktische lessen voor vrijmetselaars
Je kent het gevoel. Weer een week voorbij, en je vraagt je af waar de dagen zijn gebleven. Seneca schreef bijna tweeduizend jaar geleden zijn eerste brief aan zijn vriend Lucilius met precies deze vraag als uitgangspunt: hoe benut je de tijd die je hebt? Voor vrijmetselaars raakt deze vraag direct aan de kern van hun werk. Want wat betekent het om aan jezelf te werken, als je de tijd die je hebt niet bewust inzet? De kernboodschap van Seneca In zijn eerste brief aan Lucilius komt Seneca direct ter zake. Hij vraagt zijn vriend om rekenschap af te leggen van zijn tijd, zoals een goed rentmeester dat doet met zijn bezit. Tijd, zo betoogt Seneca, is het enige wat werkelijk van ons is. Geld kun je verliezen en terugverdienen. Bezittingen komen en gaan. Maar elke minuut die voorbijgaat, is definitief verdwenen. Toch behandelen we tijd vaak alsof het oneindig is, terwijl we krampachtig vasthouden aan materiële zaken die vervangbaar zijn. Seneca nodigt Lucilius uit om elke dag af te sluiten met een eenvoudige vraag: hoeveel van deze dag heb ik werkelijk geleefd? Niet hoeveel uren ben ik bezig geweest, maar hoeveel momenten hebben bijgedragen aan mijn groei als mens? […]