Voltaire over gelijkheid: wat verbindt ons werkelijk?
Wat bedoelde Voltaire eigenlijk toen hij over gelijkheid schreef? En waarom raakt zijn visie, meer dan tweehonderd jaar later, nog steeds een snaar bij iedereen die nadenkt over menselijke waardigheid en verbondenheid? In zijn Filosofisch Woordenboek wijdde de Franse verlichtingsfilosoof een scherp en soms provocerend essay aan dit begrip. Laten we samen onderzoeken wat zijn gedachten betekenen voor wie zowel de filosofische traditie als de vrijmetselarij kent en respecteert. Wat schrijft Voltaire precies over gelijkheid? Voltaire begint zijn essay met een nuchtere observatie: alle mensen worden gelijk geboren in hun fundamentele behoeften en kwetsbaarheden. Iedereen heeft voedsel nodig, iedereen wordt ziek, iedereen sterft. Maar zodra mensen samenleven, ontstaan verschillen in talent, omstandigheden en macht. Voltaire stelt dat volledige maatschappelijke gelijkheid een illusie is, een onbereikbaar ideaal dat zelfs gevaarlijk kan worden als het wordt afgedwongen. Toch verwerpt hij gelijkheid niet geheel. Hij onderscheidt twee soorten gelijkheid: de natuurlijke gelijkheid van menselijke waardigheid, en de kunstmatige ongelijkheid die voortvloeit uit maatschappelijke structuren. De eerste is onvervreemdbaar, de tweede is het gevolg van menselijk handelen en kan dus ook door mensen worden verzacht. Hier toont Voltaire zich een denker die niet simpelweg accepteert wat is, maar vraagt wat zou moeten zijn. Waarom […]