Stel je een spiegel voor die niet één reflectie toont, maar honderd. Elk moment dat je kijkt, zie je een ander gezicht. Niet omdat de spiegel gebroken is, maar omdat jij zelf voortdurend verandert. Dit beeld raakt de kern van wat de zestiende-eeuwse filosoof Michel de Montaigne beschreef in zijn beschouwing over de wisselvalligheid van menselijk handelen. En het is precies dit inzicht dat een opvallende verwantschap vertoont met de symbolische reis die vrijmetselaren afleggen in hun zoektocht naar zelfkennis.
De onvaste grond waarop wij staan
Montaigne observeerde iets wat wij allemaal herkennen maar zelden durven toe te geven: wij zijn niet de consistente wezens waarvoor wij onszelf houden. De held van gisteren is de lafaard van vandaag. De vrijgevige hand sluit zich morgen tot een vuist. Dit is geen moreel falen, maar een fundamentele eigenschap van het menselijk bestaan. Wij bewegen ons niet in een rechte lijn van geboorte naar dood, maar in cirkels, spiralen en soms schijnbaar willekeurige patronen.
In de vrijmetselarij vinden we een vergelijkbaar uitgangspunt. De ruwe steen waarmee elke vrijmetselaar symbolisch begint, is niet ruw omdat hij slecht is. Hij is ruw omdat hij nog niet bewerkt is, nog niet bewust is van zijn eigen veranderlijkheid. Het besef dat wij onszelf moeten vormen, veronderstelt het besef dat wij nog niet af zijn. En misschien nooit af zullen zijn.
Het kompas en de windroos
De passer en de winkelhaak vormen samen een van de meest herkenbare symbolen in de vrijmetselarij. Maar sta eens stil bij wat zij vertegenwoordigen: het vermogen om te meten, te begrenzen, richting te geven. Dit zijn gereedschappen tegen de chaos. Niet om de wisselvalligheid uit te bannen, maar om er doorheen te navigeren. Montaigne zou dit hebben begrepen. Zijn essays waren zijn eigen kompas, een manier om de veranderlijke zee van het zelf te bevaren zonder te verdrinken.
Ik schilder niet het zijn, ik schilder de overgang.
Dit citaat van Montaigne raakt iets wezenlijks. De vrijmetselaar is niet op zoek naar een statische staat van perfectie. De reis zelf, de voortdurende beweging van duisternis naar licht, van onwetendheid naar inzicht, is waar het om gaat. Elke stap onthult nieuwe schaduwen, nieuwe hoeken die om verlichting vragen.
Broederschap in onvolmaaktheid
Wat betekent het om broeders te zijn wanneer niemand van ons dezelfde persoon is die hij gisteren was? Hier raken Montaignes inzichten en vrijmetselaarswaarden elkaar op een diepere laag. Ware broederschap vereist niet dat wij elkaar in onze beste momenten ontmoeten. Zij vereist dat wij elkaar kennen in onze wisselvalligheid, in onze tegenstrijdigheden, en toch verbonden blijven.
De vrijmetselaarsloge biedt een ruimte waarin deze kwetsbaarheid kan bestaan. De rituelen en symbolen creëren een taal die verder gaat dan de woorden van alledag. Wanneer een broeder vandaag faalt waar hij gisteren slaagde, is dat geen reden voor veroordeling. Het is een herinnering aan de gedeelde menselijke conditie. De ketting die vrijmetselaren symbolisch vormen, is sterk niet ondanks maar dankzij de erkenning van individuele zwakheid.
De spiegel als werktuig
Laten we terugkeren naar het beeld van de spiegel. In veel tradities is de spiegel een symbool van zelfkennis, maar ook van illusie. Wat wij zien wanneer wij in de spiegel kijken, is immers een omgekeerd beeld. Montaigne gebruikte het schrijven als zijn spiegel. De vrijmetselaar vindt zijn spiegel in het ritueel, in de confrontatie met symbolen die steeds nieuwe betekenissen onthullen naarmate hij verandert.
De gevlochten randen van de mozaïekvloer in de loge verbeelden de vervlechting van tegenstellingen: licht en duister, actie en contemplatie, consistentie en verandering. Men loopt niet over één kleur. Men beweegt zich voortdurend tussen beide. Dit is geen tekortkoming van het ontwerp. Het is de les zelf.
Waarheid als beweging
De zoektocht naar waarheid, zo centraal in zowel Montaignes denken als in de vrijmetselarij, is geen reis met een eindbestemming. Montaigne wist dat elke waarheid die hij vandaag greep, morgen door zijn vingers kon glippen. Dit maakte hem niet cynisch, maar nederig. En nederigheid, de erkenning dat onze kennis altijd voorlopig is, vormt een hoeksteen van het vrijmetselaarsgedachtegoed.
- Zelfreflectie als dagelijkse praktijk, niet als eenmalige daad
- Deugd als richting, niet als bestemming
- Broederschap geworteld in gedeelde onvolmaaktheid
- Waarheid als licht dat beweegt, niet als ster die stilstaat
In deze punten vinden de gedachten van een zestiende-eeuwse essayist en de eeuwenoude traditie van de vrijmetselarij een gemeenschappelijke grond. Beide nodigen uit tot een leven dat niet bang is voor verandering, maar deze omarmt als de essentie van groei.
De onvoltooide kathedraal
Elke vrijmetselaar werkt symbolisch aan de bouw van een kathedraal die nooit voltooid zal worden. Dit is geen tragische gedachte. Het is een bevrijdende. Als de tempel ooit af zou zijn, wat zou er dan nog te doen zijn? De wisselvalligheid die Montaigne beschreef, is niet een obstakel op weg naar voltooiing. Zij is het bouwmateriaal zelf. Elke verandering, elke tegenstrijdigheid, elke val en elk opstaan draagt bij aan het grotere werk.
Wanneer wij onszelf toestaan te erkennen dat wij vele gezichten dragen, openen wij de deur naar werkelijke verbinding. Met onszelf, met onze broeders en zusters, met de grotere zoektocht naar betekenis. De spiegel met vele gezichten is geen vloek. Zij is een uitnodiging om elke dag opnieuw te kijken, opnieuw te leren, opnieuw te beginnen. In die eindeloze beweging ligt misschien wel de diepste waarheid die zowel Montaigne als de vrijmetselarij ons willen meegeven: dat het menselijk leven niet bedoeld is om af te zijn, maar om geleefd te worden.
Copyright tekst & afbeelding: devrijmetselaar.nl
Teksten zijn naar idee en inhoud van de auteur van devrijmetselaar.nl en op fouten gecontroleerd, gecorrigeerd en aangevuld met behulp van OpenAi. Afbeeldingen zijn naar idee van de auteur van devrijmetselaar.nl gemaakt met gebruikmaking van OpenAi/Dall-E
Geef als eerste een reactie