Montaigne over lot en rede: vrijmetselarij en verbinding
Stel je voor: een dobbelsteentje rolt over een tafel. Het komt tot stilstand op een getal dat niemand kon voorspellen. Was het toeval? Of diende dit schijnbaar willekeurige moment een dieper doel dat we pas achteraf kunnen herkennen? Michel de Montaigne, de zestiende-eeuwse filosoof die de kunst van het essay uitvond, stelde in zijn drieëndertigste essay een gedurfde these: het lot handelt vaak in dienst van de rede. Deze gedachte raakt aan het hart van wat vrijmetselaars al eeuwenlang onderzoeken in hun loges. De taal van het toeval Wanneer we spreken over toeval, gebruiken we vaak woorden als ‘geluk’ of ‘pech’. Maar Montaigne nodigt ons uit om verder te kijken dan deze oppervlakkige labels. In zijn essay beschrijft hij hoe gebeurtenissen die op het eerste gezicht chaotisch lijken, achteraf een logische ordening vertonen. Het is alsof het universum een eigen grammatica hanteert die wij slechts in fragmenten kunnen lezen. Deze visie sluit naadloos aan bij het vrijmetselaarsgedachtegoed. In de loge leert de broeder dat de Opperbouwmeester van het Heelal een plan heeft, ook wanneer de afzonderlijke bouwstenen van ons leven onsamenhangend lijken. De ruwe steen wordt niet door toeval gevormd tot een volmaakte kubus. Elk schijnbaar willekeurig moment van verdriet […]