Montaigne over ongelijkheid: wat maakt ons werkelijk anders?

Vrijmetselarij - Montaigne over ongelijkheid: wat maakt ons werkelijk anders?

Zijn mensen werkelijk ongelijk, of is het verschil tussen ons slechts een illusie van uiterlijk vertoon? Michel de Montaigne stelt in zijn tweeënveertigste essay, ‘Over de ongelijkheid die er tussen ons heerst’, een ongemakkelijke vraag die tot op de dag van vandaag relevant is. Hij ontleedt het verschil tussen de schijn van grootheid en de werkelijke maat van een mens. Dit essay is een uitnodiging om voorbij titels, bezittingen en reputatie te kijken, en te zoeken naar wat iemand van binnen tot wie hij is maakt.

De kerngedachte: uiterlijk vertoon versus innerlijke waarde

Het centrale thema van dit essay is het verschil tussen de maatschappelijke positie van een mens en zijn werkelijke innerlijke waarde. Michel de Montaigne betoogt dat wij geneigd zijn mensen te beoordelen op basis van hun rang, rijkdom, kleding en macht, terwijl deze uiterlijke kenmerken niets zeggen over de deugdzaamheid of het karakter van de persoon daarachter. Hij vergelijkt het met een zuil die bedekt is met een prachtig kleed: de toeschouwer bewondert het fluweel, maar vergeet dat de zuil eronder misschien gebarsten en zwak is. Zo verwarren wij voortdurend de verpakking met de inhoud.

Montaigne maakt hierbij een scherp onderscheid. De eer die wij bewijzen aan een koning of een edelman, zo stelt hij, geldt eigenlijk het koningschap of de adellijke titel zelf, en niet de persoon die die positie toevallig bekleedt. Neem het ambt weg, en wat blijft er over? Soms een angstig, twijfelend of zelfs onbeduidend mens. Met dit inzicht raakt Montaigne aan een filosofische traditie die teruggaat tot de Stoa. Denkers als Seneca en Marcus Aurelius benadrukten eveneens dat ware grootheid niet in externe omstandigheden schuilt, maar in de manier waarop iemand zijn karakter vormt en zijn handelen afstemt op deugd.

Montaignes voorbeelden: van koningen tot knechten

Om zijn stelling kracht bij te zetten, gebruikt Montaigne een reeks treffende voorbeelden uit de klassieke oudheid en zijn eigen tijd. Hij verwijst naar Plutarchus, die het leven van grote staatslieden en veldheren beschreef en daarbij liet zien hoe deze mannen in hun privéleven vaak kleinzielig, driftig of zwak bleken. De generaal die duizenden mannen aanvoerde, kon in zijn eigen huishouden niet omgaan met een brutale bediende. De filosoof die over deugd sprak, gedroeg zich achter gesloten deuren als een gierigaard.

Montaigne haalt ook het beeld aan van de Perzische koningen, die in hun paleizen omringd werden door pracht en praal, maar wier werkelijke moed en wijsheid zelden op de proef werden gesteld. Daartegenover plaatst hij de eenvoudige mens, de boer of de ambachtsman, die zonder enig vertoon zijn dagelijkse werk doet en daarin soms meer standvastigheid en oprechtheid toont dan menig vorst. De les is helder: maatschappelijke hiërarchie en menselijke waarde lopen zelden gelijk.

Het ontkleden van de mens

Een van de meest kenmerkende passages in dit essay is het moment waarop Montaigne voorstelt om de mens als het ware te ontkleden. Neem iemand zijn bezittingen af, zijn gevolg, zijn titels, en bekijk wat er overblijft. Is deze persoon moedig, rechtvaardig, verstandig en gematigd? Of is hij zonder zijn uiterlijke attributen niet meer dan een gewoon, feilbaar mens? Montaigne citeert in dit verband Horatius en Seneca, die beiden schreven over de vergankelijkheid van aardse glorie. Wat vandaag een troon is, kan morgen een schavot zijn. Alleen de deugd die een mens in zichzelf heeft ontwikkeld, is werkelijk van hem.

De werkelijke ongelijkheid tussen mensen zit niet in rang of bezit, maar in de mate waarin iemand zijn eigen karakter heeft gevormd en zijn handelen op deugd heeft afgestemd.

Dit idee heeft verstrekkende gevolgen. Als uiterlijke kenmerken er niet toe doen, dan is de enige zinvolle vergelijking tussen mensen er een op basis van innerlijke kwaliteiten. Montaigne pleit daarmee niet voor een naïeve gelijkheid, maar voor een eerlijker maatstaf. Hij erkent dat mensen verschillen in talent, wijsheid en moed. Maar die verschillen worden zichtbaar in hoe iemand leeft, niet in welke positie hij inneemt.

Een ethische oproep die door de eeuwen klinkt

Het essay is niet alleen een filosofische oefening, maar ook een ethische oproep. Montaigne vraagt zijn lezer om zichzelf af te vragen: beoordeel ik anderen op hun wezen of op hun schijn? En misschien nog pijnlijker: beoordeel ik mijzelf op wat ik werkelijk ben, of op het beeld dat ik de buitenwereld voorhoud? Die vraag raakt aan het hart van wat persoonlijke groei en zelfkennis betekenen. Het is een thema dat ook diep geworteld is in de traditie van de vrijmetselarij, waar het werken aan de eigen ruwe steen een voortdurende uitnodiging is om achter het oppervlak te kijken en de eigen innerlijke gesteldheid eerlijk onder ogen te zien.

De blijvende relevantie van Montaignes blik

In een tijd waarin sociale positie, volgers, titels en materieel succes vaak als graadmeters van waarde worden gezien, is Montaignes essay opvallend actueel. Hij herinnert ons eraan dat de kloof tussen uiterlijk aanzien en innerlijke deugd in elke eeuw even groot is. De voorbeelden veranderen, de menselijke neiging om indruk te maken met het verkeerde blijft dezelfde. Montaigne nodigt ons uit om te stoppen met het bewonderen van het kleed en te beginnen met het onderzoeken van de zuil eronder. Dat is geen gemakkelijke opgave, maar het is wellicht de eerlijkste stap die een mens kan zetten op weg naar werkelijke zelfkennis.

Wie het essay leest, ontdekt bovendien een schrijver die zichzelf niet uitzondert van zijn eigen kritiek. Montaigne erkent zijn eigen ijdelheden en zwakheden, en dat maakt zijn betoog des te krachtiger. Hij preekt niet vanaf een kansel, maar denkt hardop na, tastend en twijfelend, precies zoals hij dat in al zijn essays doet. Het is die houding van oprechte zelfreflectie die dit werk, eeuwen na dato, nog altijd tot verplichte lectuur maakt voor iedereen die zich afvraagt wat het betekent om werkelijk mens te zijn.

Met ‘Over de ongelijkheid die er tussen ons heerst’ daagt Michel de Montaigne ons uit om de maatstaven waarmee wij onszelf en anderen meten, eerlijk te heroverwegen. Niet de titel, niet het bezit, niet de reputatie bepaalt wie wij zijn, maar de deugd die wij in stilte beoefenen en het karakter dat standhoud wanneer al het uiterlijke wegvalt. Het is een les die even eenvoudig als veeleisend is: kijk verder dan de schijn, begin bij jezelf, en durf te erkennen dat werkelijke waarde altijd van binnen komt.


Ontvang de nieuwsbrief

In 18 informatieve e-mails krijg je wekelijks informatie over de Vrijmetselarij.

Copyright tekst & afbeelding: devrijmetselaar.nl
Teksten zijn naar idee en inhoud van de auteur van devrijmetselaar.nl en op fouten gecontroleerd, gecorrigeerd en aangevuld met behulp van OpenAi. Afbeeldingen zijn naar idee van de auteur van devrijmetselaar.nl gemaakt met gebruikmaking van OpenAi/Dall-E

Veelgestelde vragen

Wat is het hoofdstelling van Montaigne in zijn essay 'Over de ongelijkheid die er tussen ons heerst'?

Montaigne betoogt dat mensen vaak worden beoordeeld op basis van uiterlijke kenmerken zoals rang, rijkdom en macht, maar dat deze uiterlijkheden niets zeggen over de werkelijke innerlijke waarde en het karakter van een persoon. Hij stelt dat ware grootheid niet in externe omstandigheden schuilt, maar in hoe iemand zijn karakter vormt en zich volgens deugd gedraagt.

Welke filosofische traditie sluit Montaignes denken aan?

Montaignes inzichten sluiten aan bij de Stoa, een filosofische traditie die teruggaat tot denkers als Seneca en Marcus Aurelius. Deze filosofen benadrukten eveneens dat ware grootheid niet in externe omstandigheden te vinden is, maar in de innerlijke vormgeving van karakter en deugdzaam handelen.

Welke voorbeelden gebruikt Montaigne om zijn stelling te onderbouwen?

Montaigne verwijst naar voorbeelden uit de klassieke oudheid en zijn eigen tijd, zoals verwijzingen naar Plutarchus die beschreef hoe grote staatslieden en veldheren in hun privéleven vaak kleinzielig, driftig of zwak bleken. Hij toont hoe iemands publieke positie niet aansluit op zijn werkelijke innerlijke aard.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*