Plato’s Charmides: de zoektocht naar ware bezonnenheid
Een jonge man met een schoon gelaat betreedt de zaal. Hij wordt geroemd om zijn uiterlijke schoonheid, maar Socrates wil weten: bezit hij ook innerlijke schoonheid? Zo opent Plato’s dialoog Charmides, een van de vroegste onderzoeken naar de deugd van bezonnenheid. Het is een gesprek dat ogenschijnlijk nergens toe leidt, maar juist daarin schuilt de diepere les. Voor vrijmetselaars, die zelfkennis als fundament van hun arbeid beschouwen, biedt deze dialoog een spiegel die al meer dan tweeduizend jaar zijn helderheid bewaart. De setting: een ontmoeting in het gymnasium De dialoog speelt zich af in een gymnasium in Athene, waar Socrates zojuist is teruggekeerd van de slag bij Potidaea. Critias, een invloedrijke staatsman en neef van Plato, introduceert hem aan de jonge Charmides. Deze jongeman wordt algemeen bewonderd om zijn fysieke schoonheid, maar Socrates stelt meteen de vraag die de hele dialoog zal beheersen: is Charmides ook bezield met innerlijke deugd? Specifiek wil hij weten of de jongeman bezonnenheid bezit, in het Grieks sophrosyne genoemd. Dit begrip laat zich niet eenvoudig vertalen. Sophrosyne omvat matigheid, zelfbeheersing, bescheidenheid en een diep besef van de eigen grenzen. Het is de deugd die voorkomt dat iemand zich overmoedig gedraagt of boven zijn stand verheft. […]