Vrijmetselarij - Montaigne over deugd prediken: wanneer wordt wijsheid ijdelheid?
Michel de Montaigne – De Essays

Montaigne over deugd prediken: wanneer wordt wijsheid ijdelheid?

Het is een winteravond in de loge. Een broeder houdt een bouwstuk over bescheidenheid, maar zijn woorden druppelen als honing van zijn lippen, elk gebaar bestudeerd, elke pauze berekend. De toehoorders knikken, maar iets wringt. Is dit nog wijsheid delen, of is het vertoon geworden? Michel de Montaigne zou hier herkenbaar hebben geglimlacht. In zijn vijfentwintigste essay onderzoekt hij precies dit spanningsveld: wanneer slaat het prediken van deugd om in zijn tegendeel? De kern van essay 25: een paradox ontleed In dit korte maar scherpe essay uit het eerste boek van De Essays stelt Montaigne een ongemakkelijke vraag. Wie voortdurend en nadrukkelijk over deugdzaamheid spreekt, verraadt daarmee mogelijk juist een gebrek aan innerlijke deugd. Het is een gedachte die haaks staat op de retorische tradities van zijn tijd, waarin morele onderwijzing gold als een verheven taak. Montaigne keert deze aanname om. Hij suggereert dat ware deugd zich niet hoeft te etaleren, omdat zij vanzelfsprekend is geworden in het handelen. Het essay is opvallend compact, wat past bij de boodschap. Montaigne schrijft niet om indruk te maken, maar om te bevragen. Hij citeert klassieke denkers zoals Seneca en verwijst naar de stoïcijnse traditie, die leerde dat deugd in stilte wordt beoefend. […]