Montaigne over Cicero: de brief als brug tussen zielen
Er bestaan twee manieren om naar een brief te kijken. De eerste is die van de retoricus: een brief als podium, als middel om de wereld te overtuigen van eigen gelijk. De tweede is die van de broeder: een brief als uitgestoken hand, als stilzwijgende erkenning dat geen mens compleet is zonder de ander. In zijn negenendertigste essay, ‘Overweging over Cicero’, plaatst Michel de Montaigne deze twee houdingen scherp tegenover elkaar. Het is precies in dat contrast dat een verrassende verwantschap met de vrijmetselarij zichtbaar wordt. De retoricus: Cicero en de brief als etalage Marcus Tullius Cicero was ongetwijfeld een van de grootste redenaars die de oudheid heeft voortgebracht. Zijn brieven, ruim achthonderd in getal, behoren tot de meest bestudeerde correspondentie uit de Romeinse wereld. Maar Montaigne leest ze met een kritisch oog. Wat hem opvalt, is dat Cicero zijn brieven vaak gebruikt als een verlengstuk van het politieke toneel. Ze ademen ambitie, zelfrechtvaardiging en een verlangen naar erkenning van het nageslacht. De brief wordt een monument voor de schrijver zelf, meer dan een werkelijke toenadering tot de ontvanger. Dit is het perspectief van de retoricus. De woorden zijn zorgvuldig gekozen, maar ze dienen primair het eigen beeld. Er is […]