Stel je voor: een kleine groep mannen zit bijeen in een schemerig verlichte ruimte. Eén van hen leest hardop voor uit een vergeeld boek, geschreven in het zestiende-eeuwse Frans van Michel de Montaigne. Het gaat over de vreemde kracht van gewoonten, over hoe volken en mensen zich vastklampen aan gebruiken die ze nooit bewust hebben gekozen. De anderen luisteren, knikken, en herkennen in die eeuwenoude woorden iets dat raakt aan hun eigen zoektocht: de zoektocht naar waarheid, verbinding en innerlijke groei die de kern vormt van de vrijmetselarij.
Een essay dat de spiegel voorhoudt
In zijn negenenveertigste essay uit het eerste boek van de Essays behandelt Michel de Montaigne een thema dat op het eerste gezicht eenvoudig lijkt: oude gewoonten. Hij beschrijft hoe volken over de hele wereld de meest uiteenlopende gebruiken eropna houden, van eetgewoonten tot begroetingsrituelen, en hoe elke gemeenschap de eigen gewoonte als de enige juiste beschouwt. Maar onder dat ogenschijnlijk luchtige oppervlak schuilt een diepere vraag. Waarom aanvaarden we bepaalde praktijken zonder ze ooit te bevragen? En wat zegt die blinde aanvaarding over onze bereidheid om werkelijk na te denken over wie we zijn?
Het is precies die vraag die Montaigne verbindt met de traditie van de vrijmetselarij. Niet omdat hij zelf vrijmetselaar was, want de georganiseerde vrijmetselarij zoals wij die kennen ontstond pas ruim een eeuw na zijn dood. Maar omdat zijn methode van onbevangen zelfreflectie, zijn weigering om klakkeloos aan te nemen wat de gewoonte dicteert, nauw verwant is aan de houding die in de loge wordt beoefend. Een vrijmetselaar wordt uitgenodigd om de ruwe steen van zijn karakter te bewerken, en dat begint met het herkennen van de onbewuste patronen die dat karakter vormgeven.
De gewoonte als onzichtbare meester
Montaigne citeert in zijn essay diverse klassieke denkers. Hij verwijst naar Aristoteles, die de gewoonte een tweede natuur noemde, en naar Plato, die waarschuwde dat opvoeding en gewoonte de mens sterker vormen dan welke wet ook. Voor Montaigne is de gewoonte een tiran die zo geleidelijk de macht grijpt dat we haar heerschappij niet eens opmerken. We eten op bepaalde tijden, begroeten elkaar op bepaalde manieren, en beschouwen onze eigen normen als universeel, terwijl ze dat zelden zijn.
In de vrijmetselarij speelt dit inzicht een bijzondere rol. Het ritueel in de loge is zelf een vorm van gewoonte, maar dan een bewust gekozen gewoonte. Waar Montaigne laat zien hoe onbewuste gewoonten ons gevangen houden, biedt het vrijmetselaarsritueel juist een tegenbeweging: het herhaaldelijk en bewust uitvoeren van handelingen die tot reflectie en groei uitnodigen. Het verschil zit niet in de herhaling zelf, maar in de bewustheid waarmee die herhaling wordt ondergaan.
Verbinding voorbij de grenzen van gewoonte
Een van de meest opmerkelijke aspecten van Montaignes essay is zijn oprechte nieuwsgierigheid naar de gebruiken van andere culturen. Hij beschrijft die gebruiken zonder veroordeling, met een mengeling van verwondering en respect. Hij catalogiseert niet om te oordelen, maar om te begrijpen. In die houding klinkt een echo van wat binnen de vrijmetselarij broederschap wordt genoemd: de overtuiging dat mensen met zeer uiteenlopende achtergronden, geloofsovertuigingen en gewoonten toch met elkaar verbonden kunnen zijn op een dieper niveau.
Ware verbinding ontstaat niet door dezelfde gewoonten te delen, maar door voorbij die gewoonten te kijken en de mens achter het gebruik te herkennen.
Die gedachte is fundamenteel voor de vrijmetselarij. In een loge komen mensen samen van verschillende religies, achtergronden en levensbeschouwingen. De loge vraagt niet dat zij hun eigen tradities loslaten, maar wel dat zij bereid zijn om verder te kijken dan het vertrouwde. Precies zoals Montaigne zijn lezers uitnodigde om hun eigen gewoonten niet als absoluut te beschouwen, nodigt de vrijmetselarij haar leden uit om de betrekkelijkheid van hun eigen kader te erkennen, niet als zwakte, maar als voorwaarde voor echte groei.
Zelfreflectie als fundament van deugd
Montaigne schreef ooit dat hij zichzelf bestudeerde meer dan welk ander onderwerp ook. Die radicale zelfreflectie is geen narcisme, maar een morele discipline. Door zijn eigen vooroordelen, aannames en automatismen bloot te leggen, probeerde hij een eerlijker en deugdzamer mens te worden. In de vrijmetselarij wordt diezelfde beweging gemaakt. De bewerking van de ruwe steen is niets anders dan het geduldig en eerlijk onderzoeken van de eigen tekortkomingen, niet om zichzelf te veroordelen, maar om dichter bij morele zuiverheid te komen.
Het essay over oude gewoonten voegt daar een specifieke dimensie aan toe. Het laat zien dat veel van wat wij als onze persoonlijke overtuigingen beschouwen, in werkelijkheid ingeslepen gewoonten zijn die we van onze omgeving hebben overgenomen. De zoektocht naar waarheid, een kernwaarde in de vrijmetselarij, vereist dat we die laag van aangeleerd gedrag durven afpellen. Pas wanneer we begrijpen hoezeer de gewoonte ons vormt, kunnen we bewust kiezen wie we willen zijn.
Drie raakvlakken tussen Montaigne en de loge
- Zelfreflectie als morele plicht: zowel Montaigne als de vrijmetselarij beschouwen eerlijk zelfonderzoek als de eerste stap naar een deugdzaam leven.
- Respect voor verscheidenheid: Montaignes onbevooroordeelde blik op andere culturen weerspiegelt het vrijmetselaarsideaal van broederschap over grenzen heen.
- Bewust leven tegenover blinde gewoonte: het vrijmetselaarsritueel is een antwoord op precies het gevaar dat Montaigne beschrijft, namelijk het onnadenkend volgen van ingesleten patronen.
Licht werpen op het vertrouwde
De kracht van Montaignes essay ligt niet in spectaculaire conclusies, maar in de eenvoudige uitnodiging om het vertrouwde opnieuw te bekijken. Die uitnodiging is tijdloos. In een wereld waarin we overspoeld worden door informatie en meningen, is het verleidelijk om terug te vallen op wat we altijd al deden en dachten. Montaigne herinnert ons eraan dat juist die reflex ons verhindert om werkelijk te leren en te groeien.
Voor vrijmetselaren heeft die boodschap een bijzondere resonantie. De zoektocht naar licht en kennis, zo centraal in de vrijmetselarij, is uiteindelijk een zoektocht naar het vermogen om helder te zien, ook en juist daar waar de gewoonte ons blind heeft gemaakt. Michel de Montaigne was geen vrijmetselaar, maar zijn gedachtegoed vormt een natuurlijke brug naar de waarden die in de loge worden gekoesterd. Zijn essay over oude gewoonten is een uitnodiging die nog steeds staat: durf voorbij het vertrouwde te kijken, en ontdek wat je verbindt met de wereld om je heen.
Michel de Montaigne laat ons in zijn essay over oude gewoonten zien dat echte verbinding pas mogelijk wordt wanneer we de moed opbrengen om onze eigen aannames te onderzoeken. Die boodschap is even actueel als in de zestiende eeuw en raakt de kern van wat de vrijmetselarij haar leden voorhoudt: dat groei begint bij eerlijk zelfonderzoek, dat broederschap gedijt bij openheid, en dat de zoektocht naar waarheid nooit ophoudt zolang we bereid zijn om het vertrouwde met frisse ogen te bezien.
Copyright tekst & afbeelding: devrijmetselaar.nl
Teksten zijn naar idee en inhoud van de auteur van devrijmetselaar.nl en op fouten gecontroleerd, gecorrigeerd en aangevuld met behulp van OpenAi. Afbeeldingen zijn naar idee van de auteur van devrijmetselaar.nl gemaakt met gebruikmaking van OpenAi/Dall-E
Lees ook: Montaigne over gewoonten en verbinding met vrijmetselarij (Vrijmetselarij & Verbinding)
Veelgestelde vragen
Was Michel de Montaigne zelf vrijmetselaar?
Nee, Montaigne was geen vrijmetselaar. De georganiseerde vrijmetselarij zoals wij die kennen ontstond pas ruim een eeuw na zijn dood in de zestiende eeuw. Echter, zijn methode van onbevangen zelfreflectie en zijn weigering om klakkeloos aan te nemen wat de gewoonte dicteert, hebben veel gemeen met de houding die in de loge wordt beoefend.
Wat is het centrale thema van Montaignes negenenveertigste essay?
Het essay behandelt het thema van oude gewoonten en hoe volken over de hele wereld verschillende gebruiken eropna houden. Montaigne stelt de vraag waarom we bepaalde praktijken zonder kritiek aanvaarden en wat die blinde aanvaarding zegt over onze bereidheid om werkelijk na te denken over wie we zijn.
Hoe verbindt Montaignes filosofie zich met de vrijmetselarij?
Montaignes benadrukking van het onderzoeken van onbewuste patronen en het bevragen van blind aanvaarde gewoonten verbindt zich met de vrijmetselarische praktijk van zelfverbetering. Een vrijmetselaar wordt uitgenodigd om de ruwe steen van zijn karakter te bewerken, wat begint met het herkennen van de onbewuste patronen die dat karakter vormgeven.
Geef als eerste een reactie