Stel je voor: je zit aan tafel en eet met mes en vork. Je trekt schoenen aan voordat je naar buiten gaat. Je schudt iemand de hand als begroeting. Het voelt allemaal volkomen natuurlijk, alsof het niet anders kan. Maar waarom eigenlijk? Michel de Montaigne stelde die vraag in zijn negenenveertigste essay uit het eerste boek, ‘Over oude gewoonten’. Hij deed dat niet in een intellectueel vacuüm. Achter zijn schijnbaar luchtige observaties schuilt een diep filosofisch raamwerk, gevoed door Griekse en Romeinse denkers, door het Renaissance-humanisme en door een scherp skepticisme dat ook vandaag nog direct toepasbaar is, zeker voor wie zich in de vrijmetselarij verdiept.
Plutarchus als leermeester: het verzamelen van tegenvoorbeelden
De meest zichtbare invloed op dit essay is Plutarchus, de Griekse schrijver uit de eerste eeuw na Christus. Montaigne noemde hem herhaaldelijk zijn favoriete auteur, en in ‘Over oude gewoonten’ is die bewondering tastbaar. Plutarchus verzamelde in werken als de ‘Moralia’ talloze anekdotes over vreemde gebruiken bij verschillende volkeren. Montaigne nam die methode rechtstreeks over: hij stapelt voorbeeld op voorbeeld, van naakte volkeren tot gemeenschappen die hun doden opaten, niet om te choqueren, maar om een filosofisch punt te maken. Elk tegenvoorbeeld ondermijnt de vanzelfsprekendheid van wat wij ‘normaal’ noemen.
Dit is geen willekeurige opsomming. Het is een bewuste retorische strategie die teruggaat op Plutarchus’ overtuiging dat vergelijking tot zelfkennis leidt. Wie alleen zijn eigen cultuur kent, kent eigenlijk niets. Pas door contrast ontstaat inzicht. Voor vrijmetselaren is dit herkenbaar: het ritueel plaatst de kandidaat bewust in onbekende situaties, niet om te verwarren, maar om vastgeroeste aannames los te wrikken en ruimte te maken voor werkelijke reflectie.
Seneca en de stoïsche onderstroom
Naast Plutarchus klinkt in dit essay de stem van Seneca, de Romeinse stoïcijn. Seneca waarschuwde voortdurend dat de menselijke geest gevangen raakt in automatismen. In zijn ‘Brieven aan Lucilius’ schreef hij dat de meeste mensen niet leven, maar geleefd worden: door gewoonte, door verwachting, door de meningen van anderen. Montaigne deelt die diagnose. Hij laat zien hoe gewoonten zo diep in ons denken verankerd raken dat we ze voor natuurwetten houden, terwijl ze in werkelijkheid willekeurige afspraken zijn.
De stoïsche les is praktisch: wie zijn gewoonten doorgrond, wint vrijheid. Niet door alle gewoonten af te schaffen, want dat zou chaos opleveren, maar door ze bewust te kiezen in plaats van ze klakkeloos te volgen. Dit principe kun je vandaag nog toepassen. Vraag jezelf bij een dagelijkse handeling af: doe ik dit omdat het zinvol is, of omdat ik het altijd zo heb gedaan? Die ene vraag, consequent gesteld, verandert de manier waarop je door het leven beweegt.
Het pyrronistisch skepticisme: twijfel als gereedschap
De diepste filosofische laag in dit essay is het skepticisme, met name de pyrronistische variant die teruggaat op de Griekse filosoof Pyrrho van Elis. Montaigne had in zijn studeervertrek de beroemde spreuk ‘Que sais-je?’ (‘Wat weet ik?’) op een balk laten graveren. In ‘Over oude gewoonten’ past hij dit principe systematisch toe: elke zekerheid over ‘het juiste gebruik’ wordt ondervraagd, en geen enkel antwoord krijgt het laatste woord.
Dit is geen nihilisme. Montaigne verwerpt niet alle waarden; hij weigert slechts om één set waarden tot universele maatstaf te verheffen. De sextus-empirische traditie, die via het herontdekte werk van Sextus Empiricus in de Renaissance weer beschikbaar kwam, gaf hem het intellectuele gereedschap om dit standpunt te onderbouwen. Het resultaat is een houding van permanente openheid: bereid om te luisteren, onbereid om definitief te oordelen.
Gewoonten zijn geen waarheden; het zijn afspraken die we zijn vergeten te bevragen. Wie ze durft te onderzoeken, begint pas werkelijk vrij te denken.
Renaissance-humanisme: de herontdekking van de mens
Montaigne schreef dit essay in de tweede helft van de zestiende eeuw, midden in het Renaissance-humanisme. Denkers als Erasmus en Giovanni Pico della Mirandola hadden al eerder de menselijke waardigheid en het individuele oordeelsvermogen centraal gesteld. Montaigne ging een stap verder: waar Pico della Mirandola de mens vierde als wezen dat zichzelf kon vormen, liet Montaigne zien hoe moeilijk die zelfvorming in de praktijk is. Gewoonten zijn de onzichtbare ketens die dat proces bemoeilijken.
Ook Aristoteles speelt op de achtergrond mee. In de ‘Ethica Nicomachea’ beschreef Aristoteles hoe deugd ontstaat door herhaling: je wordt rechtvaardig door rechtvaardige handelingen te verrichten. Montaigne keert dit argument gedeeltelijk om. Als goede gewoonten deugd kunnen vormen, dan kunnen slechte gewoonten net zo goed ondeugd bestendigen, zonder dat we het doorhebben. De herhaling die Aristoteles als heilzaam beschouwde, wordt bij Montaigne dubbelzinnig: een kracht die zowel kan opbouwen als verdoven.
Wat je hier concreet mee kunt doen
De filosofische achtergrond van dit essay is niet alleen academisch interessant. Het biedt een concreet werkprogramma voor iedereen die bewuster wil leven, en in het bijzonder voor vrijmetselaren die zelfonderzoek als kernwaarde beschouwen. Hier zijn drie stappen die je direct kunt toepassen:
- Kies één dagelijkse gewoonte en stel de vraag van Pyrrho: weet ik eigenlijk waarom ik dit doe? Schrijf je antwoord op. Vaak blijkt het antwoord dunner dan je verwacht.
- Lees een passage van Plutarchus of Seneca over een gebruik dat je vreemd vindt. Merk op welke emotie dat oproept: afkeer, nieuwsgierigheid, herkenning? Die emotie vertelt je iets over je eigen aannames.
- Breng Montaignes methode in gesprek. Wanneer iemand iets als ‘normaal’ bestempelt, vraag dan vriendelijk: normaal voor wie? Die ene vraag opent deuren die je niet verwacht.
In de vrijmetselarij wordt de kandidaat uitgenodigd om vertrouwde zekerheden achter zich te laten en met een open blik de wereld opnieuw te bekijken. Montaigne deed precies hetzelfde aan zijn schrijftafel, gewapend met de wijsheid van Plutarchus, de discipline van Seneca en de radicale eerlijkheid van het pyrronisme. Zijn essay over oude gewoonten is niet alleen een tekst om te lezen; het is een uitnodiging om het leven bewuster te betreden, gewoonte voor gewoonte.
De filosofische bronnen achter Montaignes essay zijn geen stoffige verwijzingen. Ze vormen een levend netwerk van ideeën dat ons uitdaagt om elke vanzelfsprekendheid te toetsen. Van Plutarchus’ vergelijkende methode tot Seneca’s oproep tot bewust leven, van Pyrrho’s systematische twijfel tot het Renaissance-ideaal van zelfvorming: elk van deze tradities draagt bij aan een houding die zowel Montaigne als de vrijmetselarij kenmerkt. Niet de gewoonte zelf is het probleem, maar het onvermogen om haar te onderzoeken. Wie dat onderzoek aandurft, bouwt aan iets dat sterker is dan routine: een leven dat werkelijk van hemzelf is.
Copyright tekst & afbeelding: devrijmetselaar.nl
Teksten zijn naar idee en inhoud van de auteur van devrijmetselaar.nl en op fouten gecontroleerd, gecorrigeerd en aangevuld met behulp van OpenAi. Afbeeldingen zijn naar idee van de auteur van devrijmetselaar.nl gemaakt met gebruikmaking van OpenAi/Dall-E
Veelgestelde vragen
Wat is de hoofdstelling van Montaigne in zijn essay 'Over oude gewoonten'?
Montaigne stelt dat gewoonten die we als volkomen natuurlijk ervaren, eigenlijk willekeurige afspraken zijn. Door voorbeelden van verschillende culturen te verzamelen, toont hij aan dat wat in onze cultuur normaal lijkt, elders totaal anders kan zijn. Dit ondermijnt de vanzelfsprekendheid van onze dagelijkse gedragingen.
Welke antieke denkers hebben Montaigne's essay beïnvloed?
De twee belangrijkste bronnen zijn Plutarchus (Griekse schrijver, eerste eeuw na Christus) en Seneca (Romeinse stoïcijn). Plutarchus leverde de methode van het verzamelen van tegenvoorbeelden uit verschillende culturen, terwijl Seneca de filosofische waarschuwing gaf dat mensen door automatismen en gewoontes gegijzeld worden.
Wat is de betekenis van dit essay voor vrijmetselaren?
Voor vrijmetselaren is dit essay relevant omdat het ritueel dezelfde functie vervult als Montaignes filosofie: het plaatst kandidaten bewust in onbekende situaties om vastgeroeste aannames los te wrikken. Dit creëert ruimte voor echte reflectie en zelfkennis, net zoals het vergelijken van culturen tot inzicht leidt.
Geef als eerste een reactie