Wat als onze diepste overtuigingen slechts gewoontes zijn, ingeslepen door tijd en cultuur? Michel de Montaigne stelt in zijn essay ‘Allerlei gebruiken’ een ongemakkelijke vraag die de kern raakt van menselijke verbinding: hoe kunnen wij werkelijk samenleven wanneer ieder van ons gevangen zit in het web van eigen tradities? Deze vraag, geschreven in de zestiende eeuw, blijkt verrassend actueel voor iedereen die nadenkt over broederschap die grenzen overstijgt.
De paradox van het vertrouwde
Montaigne opent met een observatie die tegelijk eenvoudig en ontwrichtend is: wij beschouwen datgene wat wij niet kennen als barbaars. De Griek noemt de Pers een barbaar; de Pers doet hetzelfde met de Griek. Beiden zijn ervan overtuigd dat hun eigen gebruiken de maatstaf der beschaving vormen. Hier ligt een paradox besloten die Montaigne met onverholen nieuwsgierigheid onderzoekt: het vertrouwde voelt vanzelfsprekend aan, maar is dat slechts omdat wij erin zijn opgegroeid.
Dit inzicht resoneert diep met de vrijmetselarij, die vanaf haar oorsprong mensen van verschillende religieuze en culturele achtergronden bijeenbrengt. In de loge ontmoeten mannen elkaar die buiten die ruimte wellicht nooit elkaars pad hadden gekruist. De vraag die Montaigne stelt, is dezelfde vraag die in elke loge impliciet beantwoord moet worden: kunnen wij voorbij onze aangeleerde vooroordelen kijken?
Gewoontes als sluier over de geest
Montaigne waarschuwt dat gewoontes een sluier vormen die ons belet helder te zien. Wat wij als natuurlijk beschouwen, is vaak slechts cultureel bepaald. Hij geeft talloze voorbeelden: eetgewoontes, kleding, manieren van groeten, huwelijksrituelen. Elk volk meent dat zijn wijze de juiste is, terwijl die wijze elders als absurd of zelfs verwerpelijk geldt. De sluier van gewoonte is zo dicht dat wij haar zelden opmerken.
De vrijmetselarij kent een vergelijkbaar begrip: de zoektocht naar licht. Dit licht verwijst niet enkel naar kennis in abstracte zin, maar naar het vermogen om door de sluiers van vooroordeel en onwetendheid heen te kijken. De inwijdeling die voor het eerst de loge betreedt, wordt symbolisch geblinddoekt. Wanneer deze blinddoek wordt afgenomen, begint een proces van zien dat niet ophoudt bij het fysieke. Het is een uitnodiging om voortdurend de eigen aannames te onderzoeken.
Ware verbinding ontstaat niet ondanks onze verschillen, maar door de bereidheid die verschillen als gelijkwaardige uitdrukkingen van het menselijk streven te erkennen.
Het tegenwicht: zijn alle gebruiken gelijkwaardig?
Hier dient zich een tegenwicht aan. Als elke gewoonte slechts cultureel bepaald is, vervallen wij dan niet in een grenzeloos relativisme waarin niets meer waarde heeft? Montaigne lijkt dit probleem te voorzien. Hij stelt niet dat alle gebruiken moreel gelijkwaardig zijn. Wel nodigt hij uit tot bescheidenheid over de eigen positie. De mens die zijn eigen gewoontes als absoluut beschouwt, mist de wijsheid om werkelijk te leren van anderen.
De vrijmetselarij hanteert hier een subtiel onderscheid. Zij vraagt niet van haar leden dat zij hun eigen overtuigingen opgeven, maar wel dat zij anderen niet veroordelen op grond van afwijkende praktijken. De broederschap is geen smeltkroes waarin alle verschillen verdwijnen, maar een werkplaats waarin verschil productief wordt gemaakt. Men komt samen niet ondanks, maar met de eigen achtergrond.
Zelfreflectie als fundament van broederschap
Montaigne’s essay is in wezen een oefening in zelfreflectie. Door de gebruiken van anderen te bestuderen, leert hij iets over zichzelf. Dit is geen narcistische beweging, maar een vorm van intellectuele nederigheid. De vraag ‘waarom doe ik dit?’ blijkt vaak moeilijker te beantwoorden dan ‘waarom doet die ander dat?’ Het eigen gedrag wordt zichtbaar als keuze, niet als natuurwet.
In de vrijmetselarij is zelfreflectie een kernwaarde. De ruwe steen die de metselaar bewerkt, is een metafoor voor het onbewerkte zelf. De arbeid bestaat niet uit het veranderen van de wereld, maar uit het slijpen van eigen gebreken. Montaigne zou dit herkennen: zelfkennis is de voorwaarde voor echte verbinding met anderen. Wie zichzelf niet kent, projecteert slechts op de ander.
Synthese: gebruiken als bruggen
Waar Montaigne begint met gebruiken als scheidsmuren, eindigt zijn betoog met een opening. Juist het besef dat onze gewoontes relatief zijn, maakt werkelijke ontmoeting mogelijk. Wanneer ik erken dat mijn manier niet de enige juiste is, kan ik de ander tegemoet treden zonder superioriteit. Dit is geen zwakte, maar kracht. Het vraagt moed om het vertrouwde los te laten en het vreemde welwillend te benaderen.
De vrijmetselarij institutionaliseert dit principe. Het ritueel schept een gemeenschappelijke taal die individuele achtergronden overstijgt. De symbolen zijn universeel genoeg om verschillende interpretaties toe te laten, maar specifiek genoeg om een gedeeld referentiekader te bieden. Zo worden gebruiken niet afgeschaft, maar getransformeerd tot bruggen.
Een openstaande vraag
Montaigne laat ons niet achter met een definitief antwoord. Dat past bij zijn denken, dat altijd in beweging blijft. De vraag die hij opwerpt, blijft relevant: kunnen wij ooit volledig ontsnappen aan de sluier van onze eigen gewoontes? Of is het hoogst haalbare een voortdurende waakzaamheid, een bereidheid om keer op keer onze aannames te toetsen aan de ervaring van de ander?
Voor de vrijmetselaar is dit geen academische kwestie. Het is de dagelijkse praktijk van de loge, waar broeders met verschillende levensovertuigingen samenkomen in gedeeld ritueel. De vraag is niet of wij onze gebruiken moeten opgeven. De vraag is of wij bereid zijn te erkennen dat de gebruiken van anderen even diep geworteld zijn als de onze. In die erkenning ligt de mogelijkheid van werkelijke verbinding.
Michel de Montaigne biedt in ‘Allerlei gebruiken’ geen handleiding, maar een spiegel. Wie daarin kijkt, ziet niet alleen de vreemdheid van anderen, maar vooral de vreemdheid van het eigen vertrouwde. De vrijmetselarij deelt deze blik: zij nodigt haar leden uit tot een levenslange reis van zelfreflectie en openheid. Wellicht is dat de diepste verbinding die mogelijk is: niet de ontkenning van verschil, maar de bereidheid om in dat verschil een gemeenschappelijke menselijkheid te herkennen.
Copyright tekst & afbeelding: devrijmetselaar.nl
Teksten zijn naar idee en inhoud van de auteur van devrijmetselaar.nl en op fouten gecontroleerd, gecorrigeerd en aangevuld met behulp van OpenAi. Afbeeldingen zijn naar idee van de auteur van devrijmetselaar.nl gemaakt met gebruikmaking van OpenAi/Dall-E
Veelgestelde vragen
Wat bedoelt Montaigne met 'gewoontes als sluier over de geest'?
Montaigne stelt dat wat wij als natuurlijk en vanzelfsprekend beschouwen, meestal slechts cultureel bepaald is. Gewoontes vormen een sluier die ons belet objectief te zien en te denken. Wat in onze cultuur normaal is, kan in een ander land absurd of verwerpelijk lijken. Deze sluier is zo dicht dat wij haar zelden opmerken, maar zij beïnvloedt al onze oordelen en vooroordelen.
Hoe relateert Montaignes essay 'Allerlei gebruiken' tot vrijmetselarij?
Beide richten zich op het doorbreken van vooroordelen en het verbinden van mensen over culturele en religieuze grenzen heen. In de vrijmetselarij ontmoeten mannen van uiteenlopende achtergronden elkaar in de loge. Net als Montaigne's vraag stelt de vrijmetselarij impliciet: kunnen wij voorbij onze aangeleerde vooroordelen kijken? De symbolische blinddoek van de inwijdeling vertegenwoordigt dit proces van het afleggen van onwetendheid en vooroordeel.
Wat is de paradox van het vertrouwde volgens Montaigne?
De paradox is dat ieder volk overtuigd is dat zijn eigen gebruiken juist en beschaafd zijn, terwijl andere volkeren als barbaars worden afgedaan. De Griek noemt de Pers barbaar; de Pers doet hetzelfde met de Griek. Het vertrouwde voelt vanzelfsprekend aan, maar dit gevoel ontstaat alleen omdat wij erin zijn opgegroeid, niet omdat het objectief waar of beter is. Dit inzicht toont hoe willekeurig veel van onze beschavingsidealen zijn.
Geef als eerste een reactie