Een lepel. Een simpel stuk bestek dat wij als vanzelfsprekend naar de mond brengen. Maar wat als je bent opgegroeid in een cultuur waar eten met de handen het enige fatsoenlijke is? Michel de Montaigne nodigt ons in zijn drieëntwintigste essay uit om stil te staan bij zulke alledaagse gewoonten en te ontdekken wat zij onthullen over de menselijke conditie. In ‘Allerlei gebruiken’ ontvouwt zich een rijke verzameling voorbeelden die ons dwingt na te denken over wat wij als normaal beschouwen.
De kerngedachte van het essay
In dit essay onderzoekt Montaigne de enorme verscheidenheid aan menselijke gebruiken en gewoonten, van eetgewoonten tot begrafenisrituelen, van kledingvoorschriften tot begroetingsvormen. Zijn centrale these is even eenvoudig als verontrustend: wat wij als natuurlijk en vanzelfsprekend ervaren, is vrijwel altijd het product van gewoonte en opvoeding. De kracht van het gebruik is zo groot dat wij nauwelijks in staat zijn om er kritisch naar te kijken.
Montaigne put hierbij uit klassieke bronnen zoals Herodotus, Plinius en Seneca, maar ook uit reisverslagen van zijn eigen tijd over nieuw ontdekte volkeren in Amerika en Afrika. Hij plaatst de gewoonten van deze verre culturen naast die van het zestiende-eeuwse Frankrijk, niet om te oordelen, maar om te laten zien hoe willekeurig onze eigen normen zijn.
Voorbeelden die Montaigne aanhaalt
Het essay biedt een caleidoscoop aan voorbeelden. Montaigne beschrijft volkeren die hun doden verbranden naast volkeren die hen begraven, en weer anderen die hen opeten als daad van eerbied. Hij vertelt over culturen waar naaktheid geen schaamte oproept en andere waar het tonen van een enkel been als schandelijk geldt. Deze voorbeelden zijn niet bedoeld als exotische curiosa, maar als spiegels die ons eigen gedrag in een ander licht plaatsen.
- Eetgewoonten: het gebruik van bestek versus eten met de handen
- Begrafenisrituelen: verbranding, begraving of rituele consumptie
- Kledingvoorschriften: wat als gepast of ongepast geldt
- Begroetingsvormen: kussen, buigen, handschudden
De gewoonte als tweede natuur
Montaigne citeert regelmatig het klassieke adagium dat gewoonte een tweede natuur is. Maar hij gaat verder: soms is de gewoonte sterker dan onze eerste natuur. Wij zijn zo diep gevormd door de gebruiken waarin wij zijn opgegroeid, dat wij ze niet meer als keuzes herkennen. Ze voelen aan als de enige mogelijke manier van leven, terwijl ze in werkelijkheid slechts één variant zijn uit een oneindig spectrum van menselijke mogelijkheden.
Gewoonte is geen natuurwet, maar een sluier die ons het zicht op andere mogelijkheden ontneemt.
Deze observatie heeft verstrekkende gevolgen. Als onze diepste overtuigingen slechts aangeleerd zijn, hoe kunnen wij dan ooit tot waarheid komen? Montaigne geeft hierop geen definitief antwoord, maar nodigt uit tot voortdurende zelfondervraging.
Het symbool van de spiegel
Wanneer wij dit essay lezen door de lens van symbolisch denken, ontvouwt zich een diepere laag. De verzameling gebruiken die Montaigne presenteert, functioneert als een spiegel. Niet een spiegel die ons uiterlijk weerkaatst, maar een die onze innerlijke aannames zichtbaar maakt. Elk vreemd gebruik dat wij ontmoeten, stelt impliciet de vraag: waarom doe jij het anders? En is jouw manier werkelijk beter, of alleen vertrouwder?
In de traditie van de vrijmetselarij speelt de spiegel eveneens een belangrijke rol als symbool van zelfkennis. De broeder wordt aangemoedigd om zichzelf te onderzoeken, de eigen vooroordelen te herkennen en te werken aan persoonlijke verbetering. Montaignes essay over gebruiken kan gelezen worden als een filosofische oefening in precies deze vorm van zelfonderzoek.
De ruwe steen van onze aannames
Een ander symbool dat hier resoneert, is dat van de ruwe steen. In de vrijmetselarij vertegenwoordigt de ruwe steen de onbewerkte mens, met al zijn onvolkomenheden en onbewuste patronen. Het werk aan de steen is het werk aan jezelf. Montaignes essay onthult hoezeer onze gewoonten deel uitmaken van die ruwheid. Wij denken vaak dat onze overtuigingen het resultaat zijn van nadenken, terwijl ze in werkelijkheid zijn ingeslepen door herhaling en omgeving.
De vraag wordt dan: welke van onze gewoonten verdienen het om behouden te blijven, en welke zijn slechts ballast? Montaigne geeft geen voorschriften, maar reikt het gereedschap aan voor deze reflectie. Hij nodigt ons uit om als het ware de beitel ter hand te nemen en te onderzoeken welke lagen kunnen worden weggehakt zonder de kern van onze persoonlijkheid aan te tasten.
Relativiteit zonder cynisme
Het is verleidelijk om Montaignes relativisme te lezen als nihilisme, alsof hij zou beweren dat niets ertoe doet. Maar dat is een misvatting. Montaigne pleit niet voor het opgeven van alle normen, maar voor bescheidenheid over de absolute geldigheid ervan. Hij vraagt ons om onze eigen gebruiken serieus te nemen, maar niet te verheffen tot universele waarheden. Deze houding van nieuwsgierige openheid, gecombineerd met persoonlijke integriteit, is precies wat hem tot zo’n waardevolle gids maakt voor iedereen die zoekt naar wijsheid.
In ‘Allerlei gebruiken’ schenkt Michel de Montaigne ons een instrument voor zelfreflectie. Door de spiegel van andere culturen voor te houden, nodigt hij uit tot het onderzoeken van onze eigen aannames. Het essay herinnert ons eraan dat gewoonte een machtige kracht is die ons zowel kan verrijken als verblinden. De uitdaging is om bewust te kiezen welke gebruiken wij omarmen en welke wij durven te bevragen. In die zin is dit drieëntwintigste essay niet alleen een verzameling curiositeiten, maar een oproep tot het voortdurende werk aan onszelf.
Copyright tekst & afbeelding: devrijmetselaar.nl
Teksten zijn naar idee en inhoud van de auteur van devrijmetselaar.nl en op fouten gecontroleerd, gecorrigeerd en aangevuld met behulp van OpenAi. Afbeeldingen zijn naar idee van de auteur van devrijmetselaar.nl gemaakt met gebruikmaking van OpenAi/Dall-E
Veelgestelde vragen
Wat is de hoofdstelling van Montaignes essay 'Allerlei gebruiken'?
Montaigne stelt dat wat wij als natuurlijk en vanzelfsprekend ervaren, vrijwel altijd het product is van gewoonte en opvoeding. Hij betoogt dat de kracht van het gebruik zo groot is dat wij nauwelijks in staat zijn om er kritisch naar te kijken, en dat onze normen daarom grotendeels willekeurig zijn.
Welke bronnen en voorbeelden gebruikt Montaigne in dit essay?
Montaigne put uit klassieke bronnen zoals Herodotus, Plinius en Seneca, en uit reisverslagen van zijn eigen tijd over nieuw ontdekte volkeren in Amerika en Afrika. Hij geeft voorbeelden van verschillende eetgewoonten, begrafenisrituelen, kledingvoorschriften en begroetingsvormen om aan te tonen hoe divers menselijke gewoonten kunnen zijn.
Hoe verklaart Montaigne waarom wij onze eigen gebruiken niet kritisch kunnen zien?
Montaigne stelt dat gewoonte een tweede natuur is, en soms zelfs sterker dan onze eerste natuur. Wij zijn zo diep gevormd door de gebruiken waarin wij zijn opgegroeid dat we ze niet meer als keuzes herkennen. Ze voelen aan als de enige mogelijke manier van leven, terwijl ze in werkelijkheid slechts één variant zijn uit oneindig veel mogelijkheden.
Geef als eerste een reactie