Wat als alles wat ons overkomt, zowel het geluk als het ongeluk, uiteindelijk tot hetzelfde punt leidt? In het zevende boek van zijn Meditaties onderzoekt Marcus Aurelius de wisselvalligheid van het lot met een nuchtere blik die bijna twintig eeuwen later nog steeds treft. Voor vrijmetselaars roept zijn filosofie een herkenbare vraag op: hoe verhouden wij ons tot de onvermijdelijke veranderingen in het leven, en wat leert ons dat over onze eigen innerlijke houding?
De paradox van het lot bij Marcus Aurelius
Marcus Aurelius, de Romeinse keizer-filosoof die regeerde van 161 tot 180 na Christus, schreef zijn Meditaties als persoonlijke reflecties, nooit bedoeld voor publicatie. In Boek VII richt hij zijn aandacht op een fundamentele paradox: het lot lijkt willekeurig, maar de wijze mens kan er niettemin een zinvolle houding tegenover innemen. De wisselvalligheid is geen vijand die overwonnen moet worden, maar een leraar die ons dwingt tot zelfreflectie.
Hij schrijft dat dezelfde gebeurtenissen die de een vernietigen, de ander sterker maken. Niet de gebeurtenis bepaalt het resultaat, maar de manier waarop wij die ontvangen. Dit is geen passieve berusting, maar een actieve keuze voor innerlijke soevereiniteit. De stoïcijnse traditie waarin Marcus Aurelius stond, onderscheidde scherp tussen wat binnen onze macht ligt en wat daarbuiten valt. Het lot behoort tot die tweede categorie, maar onze reactie erop tot de eerste.
Vrijmetselarij en de ruwe steen
Voor vrijmetselaars is het symbool van de ruwe steen direct relevant voor dit thema. De ruwe steen representeert de mens in zijn onbewerkte staat, met al zijn tekortkomingen en onvolmaaktheden. Het werk van de vrijmetselaar bestaat erin deze steen te bewerken tot een kubieke steen, geschikt om in het grotere bouwwerk te worden ingepast. Maar hoe verhoudt dit symbool zich tot de wisselvalligheid van het lot?
De bewerking van de steen gebeurt niet in een vacuüm. Juist de beitelslagen van het leven, de tegenslagen en de onverwachte wendingen, vormen het gereedschap waarmee wij onszelf schaven. Marcus Aurelius zou dit herkennen: het lot levert de omstandigheden, maar wij bepalen of die omstandigheden ons verharden of verfijnen. De vrijmetselaar die dit begrijpt, ziet elke tegenslag als een mogelijkheid tot groei.
De wisselvalligheid van het lot is niet de vijand van innerlijke groei, maar de meesterlijke leraar die ons dwingt om te kiezen wie wij willen zijn.
Broederschap als anker in onzekere tijden
Wat Marcus Aurelius minder expliciet behandelt, maar wat voor vrijmetselaars essentieel is, is de rol van broederschap bij het doorstaan van de wisselvalligheid. De stoïcijnse filosofie neigt naar een individuele benadering: de wijze mens vindt zijn kracht in zichzelf. De vrijmetselarij voegt hier een dimensie aan toe door te benadrukken dat wij niet alleen staan in onze zoektocht.
De loge functioneert als een ruimte waar broeders elkaar ondersteunen wanneer het lot hen beproeft. Dit is geen zwakte, maar een erkenning van de menselijke conditie. Zelfs Marcus Aurelius, ondanks zijn nadruk op innerlijke onafhankelijkheid, erkende de waarde van gemeenschap en plicht jegens anderen. In Boek VII schrijft hij over de onderlinge verbondenheid van alle mensen, als delen van één lichaam. De vrijmetselarij concretiseert dit abstracte ideaal in de dagelijkse praktijk van broederlijke zorg.
De zoektocht naar licht temidden van duisternis
Een centraal thema in de vrijmetselarij is de zoektocht naar licht, naar kennis en inzicht. Marcus Aurelius zou dit herkennen als de filosofische onderneming bij uitstek. In Boek VII waarschuwt hij tegen de verleiding om het lot als zinloos te beschouwen. De wisselvalligheid kan ons verblinden, maar zij kan ook onze ogen openen voor diepere waarheden.
De vrijmetselaar die in duisternis wordt ingewijd en geleidelijk naar het licht wordt geleid, ervaart symbolisch wat Marcus Aurelius filosofisch beschrijft. Het pad naar inzicht loopt niet om de moeilijkheden heen, maar er dwars doorheen. De tegenslagen van het lot zijn geen obstakels op de weg naar wijsheid, zij zijn de weg zelf.
Deugd als kompas
Zowel Marcus Aurelius als de vrijmetselarij plaatsen deugd centraal. Voor de stoïcijn is deugdzaam leven het enige wat werkelijk telt, ongeacht wat het lot brengt. Voor de vrijmetselaar is morele perfectie, hoe onbereikbaar ook, het ideaal waarnaar gestreeft wordt. Deze parallellen zijn geen toeval. Beide tradities erkennen dat externe omstandigheden komen en gaan, maar dat karakter beklijft.
- Rechtvaardigheid: handelen naar wat juist is, ongeacht persoonlijk voordeel
- Matigheid: evenwicht bewaren wanneer het lot uitdaagt
- Moed: standvastig blijven te midden van onzekerheid
- Wijsheid: onderscheiden wat binnen en buiten onze macht ligt
Deze vier kardinale deugden, die Marcus Aurelius van zijn stoïcijnse voorgangers overnam, vinden hun echo in de vrijmetselaarstraditie. Zij vormen samen het kompas waarmee de mens door de wisselvalligheid van het bestaan kan navigeren.
Een openstaande vraag
Toch blijft er een spanning bestaan. Marcus Aurelius schrijft vanuit een positie van macht, als keizer van een wereldrijk. Zijn stoïcijnse onthechting was wellicht gemakkelijker te bereiken met de middelen die hem ter beschikking stonden. De vrijmetselarij, met haar nadruk op gelijkheid tussen broeders ongeacht maatschappelijke positie, biedt hier een correctief. Maar lost dit de spanning volledig op?
Kunnen wij werkelijk onverschillig staan tegenover het lot wanneer het onze dierbaren treft? Is innerlijke vrede bereikbaar voor iedereen, of is zij een luxe voor wie al een zekere mate van zekerheid geniet? Marcus Aurelius zou misschien antwoorden dat juist de vraag naar rechtvaardigheid van het lot de verkeerde vraag is. Het gaat niet om of het lot rechtvaardig is, maar om hoe wij rechtvaardig kunnen zijn in het aangezicht van het lot.
De Meditaties van Marcus Aurelius blijven relevant omdat zij vragen stellen die elke generatie opnieuw moet beantwoorden. De wisselvalligheid van het lot is een constante in het menselijk bestaan. De vrijmetselarij biedt een kader, een broederschap en een symbolische taal om met die constante om te gaan. Maar uiteindelijk moet elke mens, elke vrijmetselaar, zelf bepalen hoe hij de beitelslagen van het leven ontvangt. Bewerken zij ons tot een scherpere, waardigere versie van onszelf, of laten wij ons door hen vermorzelen? Het antwoord ligt niet in de slagen zelf, maar in de hand die het gereedschap vasthoudt.
Copyright tekst & afbeelding: devrijmetselaar.nl
Teksten zijn naar idee en inhoud van de auteur van devrijmetselaar.nl en op fouten gecontroleerd, gecorrigeerd en aangevuld met behulp van OpenAi. Afbeeldingen zijn naar idee van de auteur van devrijmetselaar.nl gemaakt met gebruikmaking van OpenAi/Dall-E
Geef als eerste een reactie