Montaigne over tekort en verbinding: vrijmetselaarswijsheid
Het is laat in de avond. Een vrijmetselaar zit na de zitting alleen in de voorhal van de loge, zijn rituaalhandschoenen nog in de hand. De woorden van die avond draaien door zijn hoofd: broederschap, vertrouwen, het besef dat alles wat je werkelijk nodig hebt al in je aanwezig is. Hij pakt het versleten exemplaar van de Essays van Michel de Montaigne uit zijn tas en slaat het open bij het veertigste essay van het eerste boek: Dat we niets te kort komen. Wat hij leest, voelt als een echo van wat hij zojuist in de tempel heeft ervaren. Een filosoof die het genoeg omarmt Michel de Montaigne schreef zijn essay Dat we niets te kort komen als een meditatie over de menselijke neiging om altijd meer te willen, terwijl de natuur ons heeft toegerust met alles wat we werkelijk nodig hebben. Hij betoogde dat onze ontevredenheid niet voortkomt uit een feitelijk gebrek, maar uit de ongebreidelde verwachtingen die we onszelf opleggen. De natuur, zo stelde hij, heeft ieder wezen precies datgene gegeven wat het nodig heeft om te leven en te gedijen. De mens is daarop geen uitzondering, maar maakt zich door eigen toedoen ongelukkig. Dit is geen naïef […]